BZW begeleiding
Er is de mogelijkheid voor jongeren tussen de 17 en 20 jaar om vanuit onze residentiële werking door te groeien naar begeleid zelfstandig wonen. Deze begeleiding duurt zo lang er behoefte aan is en er een goedkeuring van de verwijzer is, maar maximaal tot 21 jaar. De BZW- begeleiding gebeurt meestal door de individuele begeleider, waar reeds een vertrouwensrelatie mee opgebouwd is vanuit de residentiële werking. Deze vertrouwensrelatie is erg belangrijk. Begeleider en jongere hebben al samen gebeurtenissen beleefd en weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. De begeleider kent uit vroegere ervaringen de werkpuntjes van de jongere; de jongere kent de manier van werken van de begeleider.
De jongere wordt voorbereid op een (begeleid) zelfstandig wonen door met hem een aantal vaardigheden in te oefenen. In de leefgroep wordt er ook al aandacht besteed aan het groeien naar zelfstandigheid. Jongeren leren allerlei vaardigheden op een meer en meer zelfstandige wijze uitvoeren. Zo denken we aan domeinen als financiën, huishoudelijke taken, initiatief en verantwoordelijkheid opnemen, vrije tijdsbesteding, school en werk, administratie, het maken en nakomen van afspraken, medische zorgen, hygiëne, sociale relaties onderhouden, enz.
In het individueel handelingsplan komt deze groei naar zelfstandigheid expliciet en individueel aan bod en in de leefgroep zien we ook nog meer groep- en leeftijdgerichte acties. Vanaf het perspectief van BZW of zelfs het perspectief van zelfstandig wonen of samenwonen, meer en meer duidelijk wordt, worden er ook meer concrete stappen in die richting gezet. Zo zal de individuele begeleider samen met de jongere naar een woning zoeken en naar een bron van inkomsten; het papierwerk en de handelingen die samengaan met het alleen gaan wonen, worden samen met de begeleider in orde gemaakt en gaandeweg leert de jongere waarvoor hij bij welke dienst moet zijn (bank, mutualiteit, gemeentehuis, etc....). Vooraleer de jongere effectief zijn BZW kan opstarten, dient hij BZW- begeleiding aan te vragen bij de verwijzer.
De eigenlijke BZW -begeleiding start na de effectieve verhuis. De begeleider en de jongere stellen samen een BZW –contract op dat als leidraad voor de nieuwe manier van samenwerken wordt gebruikt. In dit contract zijn huisvesting, papierwerk, school/werk, huishouden, geldzaken, vrije tijd en vrienden, familie, relatie en 'hoe voel je je' vaste aandachtspunten waaraan gewerkt kan worden. Om de drie maanden wordt dit contract samen geëvalueerd en bijgestuurd.
Een verplicht element in het BZW- contract is de budgetbegeleiding. Gedurende de eerste drie maanden moet de jongere zijn uitgaven en inkomsten dagelijks bijhouden. Samen met de begeleider wordt er een budgetbalans opgemaakt en kunnen financiële afspraken worden gemaakt. Na drie maanden kan er geëvalueerd worden of de strikte budgetbegeleiding aangehouden dient te worden of er gezocht kan worden naar een meer soepele manier van financieel samenwerken.
Hierbij willen wij de bemerking maken dat BZW niet enkel een contractuele verbintenis is, maar een samen- op- weg– gaan. De begeleiding heeft maar een grote kans van slagen wanneer jongere en begeleider in vertrouwen kunnen samenwerken. Begeleider en jongere kennen elkaar vanuit de leefgroep, maar door de verhuis verliest de begeleider een groot deel van zijn controle en toezicht en verliest de jongere een sterk deel van zijn dagdagelijkse ondersteuning en begeleiding. Dit brengt met zich mee dat de eindverantwoordelijkheid voor een groot deel bij de jongere zelf komt te liggen.
De doelstelling van elke BZW- begeleiding is het groeien naar zelfstandigheid. Afhankelijk van de mate waarin de jongere progressie maakt in het groeien naar zelfstandigheid, zal de BZW- begeleiding geleidelijk aan worden afgebouwd. Enerzijds zullen de contacten in frequentie dalen, anderzijds zal de manier van ondersteunen en begeleiden in intensiteit afnemen.
Als de doelstellingen zijn bereikt, namelijk de jongere is in staat om zelfstandig te wonen, wordt overwogen om de BZW- begeleiding stop te zetten, liefst met wederzijdse instemming. De BZW-begeleiding kan ook eenzijdig stopgezet worden, namelijk op vraag van de jongere of op vraag van de voorziening. Het begeleidingstehuis kan de BZW- begeleiding enkel eenzijdig stopzetten als de begeleidingsdoelstellingen zijn bereikt of als er geen positieve evolutie meer in de BZW- begeleiding zit. Wanneer een BZW- begeleiding wordt afgerond, kan de jongere nog steeds terugvallen op nazorg vanuit het begeleidingstehuis: elke jongere blijft welkom in het begeleidingstehuis en in de mate van het mogelijke zullen wij hen trachten verder te helpen.

Naar top